Het meisje ontvangt je vrij stuurs.
Ze hangt je jas op, begeleidt je naar de wastafel en wast je haar zonder veel
te zeggen. Maar zodra ze schaar en kam als wapens in de aanslag houdt, ontpopt
ze zich tot een echte kapster: vriendelijk, babbelziek en veel te familiair
naar je zin. Zelfs van je familie kan je dat niet verdragen, laat staan van een
wildvreemde. Maar er is geen ontkomen aan, dus babbel je schijnbaar gewillig
mee.
Al snel kabbelt de conversatie naar the point
of no return. En voor de triljoenste keer sta je voor de keuze: Zeg je het of
zeg je het niet? Nu ben je al meer dan dertig jaar openlijk lesbisch, tien jaar
getrouwd met een vrouw en heel actief in de holebibeweging, maar voor elke coming
out moet je je toch weer even opladen. Ontelbare keren heb je het al gezegd sinds die eerste keer 35
jaar geleden, maar vanzelfsprekend wordt het nooit.
Je kwam uit de kast op het moment dat
je aan familie en vrienden liet weten dat je lesbisch was. De tranen van je
moeder nam je er bij want je kende veel verhalen van homo’s en lesbiennes die thuis
niet meer welkom waren. Je negeerde het feit dat je beste vriendin plots haar
knieën netjes tegen elkaar drukte en je lachte spottend met elk meisje in je buurt
dat zich afvroeg of je op haar verliefd was. Ook met degene die inderdaad je
hart sneller deed kloppen.